Concurrentiebeding en overgang van onderneming

Concurrentiebeding en overgang van onderneming

Van een overgang van onderneming is sprake, wanneer een onderneming wordt overgenomen door een nieuwe eigenaar. De werknemers binnen de onderneming krijgen door de overgang een nieuwe werkgever, namelijk de nieuwe eigenaar van de onderneming. Op grond van art. 7:663 BW gaan de rechten en plichten van de werknemer jegens de oude eigenaar/werkgever automatisch over op de nieuwe eigenaar/werkgever.

Concurrentiebeding

Bij een overgang van onderneming kan de vraag rijzen of de nieuwe werkgever opnieuw een concurrentiebeding moet overeenkomen met een werknemer, terwijl de arbeidsovereenkomst met de oude werkgever al een concurrentiebeding kent. In haar arrest van 13 november 2012 (LJN BY3114) heeft het Gerechtshof Leeuwarden geoordeeld, dat het concurrentiebeding (na het einde dienstverband medio 2010) van kracht is, zoals deze tussen de twee betrokken werknemers en de (oude) werkgever omstreeks 1990 is overeengekomen. Het concurrentiebeding is aldus automatisch overgegaan. Vervolgens hebben de twee werknemers aangevoerd dat het concurrentiebeding toch buiten toepassing moest worden gelaten – onder meer – omdat zij niet waren ingelicht over de overgang (en het voortbestaan van het concurrentiebeding), waartoe de werkgever verplicht is ex art. 7:665a BW.

Het Hof oordeelt dat art. 7:665a BW in deze zaak geen rol kan spelen. Dit artikel is met ingang van 1 juli 2002 van kracht, terwijl de betreffende overgang van onderneming medio 1992 heeft plaatsgevonden. Het artikel speelt aldus – in dit geval – geen rol. Daarentegen is het Hof van mening, dat de werkgever – als goed werkgever ex art. 7:611 BW – de twee werknemers had moeten uitleggen dat een beroep op het concurrentiebeding zou worden gedaan. Te meer, omdat de werknemers – via hun advocaat – hadden aangegeven te twijfelen of het concurrentiebeding van toepassing is en de redenen hieromtrent hadden uiteengezet. De schending van deze informatieplicht door de werkgever is echter niet dusdanig zwaar, dat hierdoor het concurrentiebeding opzij wordt gezet. In dit verband wordt het de werknemers aangerekend, dat zij de werkgever geen redelijke termijn hebben gesteld voor de onderbouwing van zijn standpunt, dat het concurrentiebeding wel van toepassing is. Door in dienst te treden van de concurrent – zonder de werkgever in de gelegenheid te stellen te reageren op hun standpunten – hebben ze het risico genomen, dat zij alsnog op het overtreden van de concurrentiebeding zouden worden aangesproken.

De jurisprudentie en regelgeving omtrent het concurrentie- en relatiebeding is complex. U doet er derhalve goed aan tijdig advies in te winnen. Aarzelt u niet om vrijblijvend contact op te nemen met een van onze advocaten op telefoonnummer 023 531 79 96.