De vaststellingsovereenkomst; definitief afscheid?

De vaststellingsovereenkomst; definitief afscheid?

Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren eindigen. De arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt in beginsel van rechtswege na ommekomst van de overeengekomen periode. De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, dient door de werkgever of de werknemer te worden opgezegd (met inachtneming van de geldende opzegtermijn). Voor de werkgever geldt de aanvullende eis, dat het UWV WERKbedrijf toestemming moet hebben verleend om het dienstverband op te zeggen. Een arbeidsovereenkomst kan ook op verzoek van de werkgever, dan wel werknemer worden ontbonden door de kantonrechter wegens gewichtige redenen.

Wederzijds goedvinden

Het komt met grote regelmaat voor dat de werkgever en werknemer niet eenzijdig de arbeidsovereenkomst opzeggen of door de kantonrechter laten ontbinden, maar de arbeidsovereenkomst beëindigen met wederzijds goedvinden door middel van een vaststellingsovereenkomst, ook wel een beëindigingsovereenkomst genoemd. Partijen maken afspraken over de voorwaarden van de beëindiging, waaronder begrepen de datum waarop de arbeidsovereenkomst komt te eindigen, eventueel de betaling van een beëindigingsvergoeding door de werkgever aan de werknemer en het al dan niet ontheffen van de werknemer van zijn verplichtingen op grond van een non-concurrentie- en/of relatiebeding. Een beëindiging met wederzijds goedvinden geeft de werkgever en werknemer aldus de mogelijkheid om afspraken te maken over alle tussen elkaar geldende rechten en plichten. Bovendien wordt een kostbare en tijdrovende procedure bij het UWV WERKbedrijf, dan wel de kantonrechter voorkomen. Laat wel de vaststellingsovereenkomst beoordelen door een advocaat om problemen hiermee te voorkomen.

Finale kwijting

Het is gebruikelijk om in het kader van de beëindiging met wederzijds goedvinden een beding in de vatstellingsovereenkomst op te nemen, dat bepaalt dat de werkgever en werknemer elkaar over en weer finale kwijting verlenen zodra alle verplichtingen op grond van de vaststellingsovereenkomst zijn nagekomen. De finale kwijting heeft onder meer ten doel te voorkomen dat een van der partijen achteraf met allerlei vorderingen op de proppen komt. Maar maakt een finale kwijting het een partij onmogelijk om alsnog een vordering tegen de ander in te stellen? Het antwoord op deze vraag is nee.

In het arrest van 7 mei 2013 (LJN BZ9816) heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld over een vordering van een werkgever op diens ex-werknemer wegens oplichting. De ex-werknemer zou gedurende zijn dienstverband te hoge commissies hebben bedongen en het te veel bedongen gedeelte aan hem persoonlijk hebben laten uitbetalen. De ex-werknemer stelt daarentegen dat de werkgever geen vordering tegen hem kan instellen omdat deze vordering valt onder het kwijtingsbeding, zoals door partijen overeengekomen in de vaststellingsovereenkomst. Dit beding zou betrekking hebben op alle vorderingen uit de arbeidsovereenkomst tussen partijen, waaronder begrepen de vordering wegens oplichting.

In navolging van de kantonrechter stelt het Hof Arnhem-Leeuwarden de ex-werknemer in het ongelijk.
Wanneer er een discussie bestaat over de uitleg van een contractueel beding – zoals het kwijtingsbeding – is beslissend de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan het (kwijtings)beding mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. In dit verband wijst het Hof Arnhem-Leeuwarden – kortweg – erop, dat de finale kwijting ziet op het afstand doen van rechten betreffende onzekerheden en/of geschillen die tot het aangaan van de vaststellingsovereenkomst aanleiding hebben gegeven. Hieronder wordt niet verstaan rechten en vorderingen waarvan de partij – in casu de werkgever – het bestaan niet kende op het moment van het aangaan van de vaststellingsovereenkomst. De finale kwijting, zoals verleend middels de onderhavige vaststellingsovereenkomst, ziet aldus niet op de vordering van de werkgever op de ex-werknemer wegens oplichting.

Win advies in

De vaststellingsovereenkomst c.q. beëindigingsovereenkomst beoogt de werkgever en werknemer een mogelijkheid te geven om op een relatief snelle wijze tot een beëindiging van het dienstverband te komen, waarin de aanspraken van partijen zo veel als mogelijk worden vastgelegd. Echter, ondanks het bestaan van een vaststellingsovereenkomst – waarin een kwijtingsbeding is opgenomen – kunnen alsnog discussies ontstaan, die mogelijkerwijs leiden tot gerechtelijk procedures.

Voor het verkrijgen van een goed beeld van de (beëindigings)mogelijkheden en ter voorkoming van toekomstige discussies, doen zowel de werkgever als de werknemer er goed aan om zich juridisch te laten adviseren over het beëindigen van een arbeidsovereenkomst in het algemeen en de beëindiging met wederzijds goedvinden middels een vaststellingsovereenkomst in het bijzonder.

Wilt u direct van advies worden voorzien of een afspraak maken met een vaststellingsovereenkomst advocaat? Neemt u dan vrijblijvend telefonisch contact met ons op.