Ontslagvergoeding bovenop transitievergoeding

Ontslagvergoeding bovenop transitievergoeding

Ontslagvergoeding bovenop transitievergoeding

In een tweetal recente uitspraken van de rechtbank Noord-Holland wordt de billijke vergoeding vastgesteld op basis van een schatting van de inkomensschade over een periode van 3 jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst. Onze arbeidsrecht specialisten lichten deze uitspraken van de rechtbank Noord-Holland graag toe.

Billijke vergoeding naast transitievergoeding

In beide uitspraken ging het om werkgevers die ernstig verwijtbaar hadden gehandeld. Dit was de reden voor de kantonrechters om bovenop de transitievergoeding een billijke vergoeding toe te kennen. De werkneemsters waren in beide situaties 14 jaar in dienst op het moment dat hun arbeidsovereenkomst werd ontbonden en bovendien arbeidsongeschikt.

Uitspraak van 20 oktober 2017

In de uitspraak van 20 oktober 2017 ging het om een werkneemster die op 1 mei 2002 in dienst was getreden bij werkgever. Zij werd ziek. De directeur had hier geen begrip voor en oefende druk uit op werkneemster om toch in gesprek te gaan.

Hoewel werkneemster nog ziek was en dus sprake was van een opzegverbod, vond de kantonrechter dit niet aan ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de weg staan. Dit omdat het ontbindingsverzoek niet was ingediend in verband met de ziekte, maar in verband met de verstoorde arbeidsverhouding. Bovendien had werkneemster aangegeven dat beëindiging van de arbeidsovereenkomst haar herstel ten goede zou komen. Aangezien beide partijen het erover eens waren dat de arbeidsverhouding ernstig verstoord was geraakt, ontbond de kantonrechter de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter zag dus wel aanleiding om naast de transitievergoeding ook een billijke vergoeding toe te kennen. De kantonrechter oordeelde dat het er alle schijn van had dat werkgever van werkneemster verlost wilde worden toen zij ziek werd. Dit, gevoegd bij de op werkneemster uitgeoefende druk, terwijl werkgever wist dat werkneemster spanning en stress als gevolg van haar medische aandoening juist moest vermijden, maakte dat de kantonrechter het handelen ernstig verwijtbaar vond. De kantontonrechter vond het handelen temeer onbegrijpelijk nu de directeur en werkneemster familie waren.

Billijke vergoeding gebaseerd op inkomensschade van 3 jaar

De transitievergoeding bedroeg € 8.133,00 bruto. De billijke vergoeding werd vastgesteld op een bedrag ad € 15.000,00 bruto.

De kantonrechter vond dit op zijn plaats omdat werkneemster naar eigen zeggen nog steeds arbeidsongeschikt was en in de toekomst zou moeten solliciteren naar werk, zonder dat zij in het kader van re-integratie had kunnen ervaren wat haar mogelijkheden zijn en waar haar grenzen liggen. Mede gelet op de aard en de ernst van het verwijtbaar handelen van de werkgever, werd de billijke vergoeding vastgesteld op basis van een schatting van de inkomensschade van de werkneemster over een periode van drie jaar. Die inkomensschade werd geschat op een bedrag gelijk aan het loon over een periode van 3 jaar, verminderd met een te verwachten aanspraak op een sociale zekerheidsuitkering of andere inkomsten (uit arbeid) over die periode van 70% van het loon. Dit leidde tot de toekenning van een billijke vergoeding van afgerond € 15.000,00 bruto.

Uitspraak van 27 november 2017

In de andere uitspraak van dezelfde rechtbank van 27 november 2017 werd een zelfde berekeningswijze gehanteerd voor het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding. Ook daar werd dus aangesloten bij de verwachte inkomensschade over een periode van 3 jaar.

Intrekken ontbindingsverzoek biedt niet altijd soelaas

In deze casus verzocht in eerste instantie werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werkgever kreeg naast de transitievergoeding van € 18.740,00 bruto een billijke vergoeding van € 30.000,00 bruto om de oren en besloot het ontbindingsverzoek in te trekken. Nadat werkneemster was opgeroepen het werk te hervatten, meldde werkneemster zich ziek en diende zij zelf een ontbindingsverzoek in. Werkneemster stelde zich op het standpunt dat de arbeidsrelatie onherstelbaar was verstoord door alle verwijten die haar waren gemaakt in de eerdere ontbindingsprocedure. In deze procedure was de werkneemster er op de zitting mee geconfronteerd dat werkgever het vermoeden had dat zij betrokken was geweest bij de overval op een filiaal van werkgever. Vast was komen te staan dat werkgever dit vermoeden niet kon onderbouwen met stukken. De kantonrechter was van oordeel dat de ongefundeerde beschuldiging van betrokkenheid bij de overval aan het adres van werkneemster niet getuigde van goed werkgeverschap en dat dit werkgever ernstig viel toe te rekenen. Ook van de andere gemaakte verwijten had werkgever onvoldoende bewijs aangedragen.

Verder overwoog de kantonrechter ook dat als een werkgever besluit een ontbindingsverzoek in te trekken dat deze dan een geloofwaardige poging moet doen om de werknemer in kwestie opnieuw een zinvolle kans te bieden weer aan de slag te gaan en de arbeidsrelatie te normaliseren. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever zich hiertoe in deze zaak onvoldoende had ingespannen.

De kantonrechter zag aanleiding tot ontbinding over te gaan onder toekenning van de transitievergoeding en een billijke vergoeding. Wat betreft de hoogte van de billijke vergoeding vond ook deze kantonrechter het redelijk de billijke vergoeding te bepalen op basis van de geschatte inkomensschade over een periode van 3 jaar. De billijke vergoeding werd langs deze weg vastgesteld op een bedrag van € 24.316,92 bruto (inclusief vakantiegeld).

Hoogte ontslagvergoeding

Uit deze uitspraken blijkt dat het belangrijk is een gespecialiseerde arbeidsrecht advocaat in te schakelen en samen een goede strategie uit te zetten. Belt u ons gerust als u vragen heeft over ontslag en/of ontslagvergoedingen. Graag voorzien wij u van deskundig advies.