Overgang van onderneming en gedetacheerde werknemers

Overgang van onderneming en gedetacheerde werknemers

Wanneer een onderneming van de werkgever wordt overgenomen door een nieuwe eigenaar, dan gaan op grond van art. 7:663 BW de rechten en plichten van de werknemer jegens de oude werkgever automatisch over op de nieuwe eigenaar. De nieuwe eigenaar wordt zodoende de nieuwe werkgever van de werknemers binnen de onderneming.

Overgang van gedetacheerde werknemer

Het is niet ongewoon dat werknemers binnen een concern zijn gedetacheerd, dat wil zeggen werken bij een andere (dochter)vennootschap dan hun formele werkgever. De formele werkgever is de (dochter)vennootschap waarmee zij een arbeidsovereenkomst hebben. De (dochter)vennootschap waar de werknemers werken wordt de materiële werkgever genoemd.
Ook wanneer een werknemer is gedetacheerd bij een onderneming kan er sprake zijn van een overgang ex art. 7:663 BW, wanneer deze onderneming wordt overgenomen door een nieuwe eigenaar.
In het Albron-arrest (HvJ, 21 oktober 2010, JAR 2010/298) heeft het Europese Hof van Justitie – kortweg – bepaald, dat er ook sprake is van een overgang van onderneming, wanneer de activiteiten van de materiële werkgever overgaan naar een derde (die niet tot het concern behoort). Aldus gaan de werknemers – die werken voor de materiële werkgever, maar een arbeidsovereenkomst hebben met de formele werkgever – automatisch over naar een derde partij met behoud van alle rechten en plichten.

Overgang geldt niet voor payrollwerknemers

De wetsartikelen betreffende de overgang van onderneming zijn daarentegen niet altijd van toepassing wanneer een onderneming van de werkgever wordt overgenomen. Zo heeft de Rechtbank Den Haag in haar uitspraak van 26 juni 2013 (BJN 133893) bepaald, dat er geen sprake was van een overgang ex art. 7:663 BW door de overname tussen ondernemingen, die zich bezighouden met payrollactiviteiten.

Zoals eerder uiteengezet in het artikel Payrolling: meer dan verlichting van de administratieve last van de werkgever houdt een payrollonderneming zich bezig met de (gehele) personeelsadministratie – bestaande uit onder meer het onderhoud van de loonadministratie en arbeidsovereenkomsten – van een andere onderneming. In een payrollconstructie kiest de materiële werkgever zijn eigen werknemers uit, maar deze werknemers treden in dienst van een andere onderneming, de payrollonderneming. De materiële werkgever betaalt alle lasten voor de betreffende werknemers en een vergoeding aan de payrollonderneming voor bewezen diensten.

De Rechtbank Den Haag overweegt in haar uitspraak, dat het Hof van Justitie in het Albron-arrest – ter bescherming van de rechten van werknemers – heeft bepaald, dat door de arbeidsrechtelijke constructie (betreffende het materiële en formele werkgeverschap) heen moet worden gekeken. Zodoende gaan bij overgang van de onderneming van de materiële werkgever ook de werknemers van de formele werkgever automatisch mee over.
Vervolgens overweegt de Rechtbank Den Haag dat er sprake is van een tegenovergestelde situatie van het Albron-arrest, wanneer de ene onderneming de payrollactitiveiten van de andere onderneming overneemt. In dit geval gaat het materiële werkgeverschap over van de ene naar de andere onderneming, maar blijft de formele werkgever ongewijzigd. De wisseling van payrollonderneming laat de rechtsbescherming van de betrokken werknemers in tact, omdat zij hun rechten nog altijd kunnen uitoefenen jegens de materiële werkgever.

Op tijd inwinnen van advies

Bij een overname van een onderneming kan onduidelijkheid ontstaan over positie van de werknemer. Voor zowel de werkgever, als de werknemer is raadzaam om in een zo vroeg mogelijk stadium advies in te winnen over de mogelijke gevolgen van een overname. Hiertoe kan met ons contact worden opgenomen middels de contactinformatie, zoals vermeld op deze website.