UWV aansprakelijk voor fout in ontslagprocedure

UWV aansprakelijk voor fout in ontslagprocedure

Voor een ontslag wegens bedrijfseconomische redenen (reorganisatie) kan de werkgever zich tot het UWVWERKbedrijf wenden. Het UWVWERKbedrijf toetst het ontslag en verleent, als aan de daaraan te stellen voorwaarden is voldaan, toestemming om de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer op te zeggen. Een van die voorwaarden waaraan het UWV het voorgenomen ontslag dient te toetsen, is het afspiegelingsbeginsel. Dat ging in de hierna te bespreken zaak niet goed.

Onjuiste toepassing afspiegelingsbeginsel

De werkgever kan niet willekeurig bepalen welke werknemer voor ontslag in aanmerking komt. Het afspiegelingsbeginsel dient te worden toegepast. Bij toepassing van dit beginsel worden per categorie uitwisselbare functies de werknemers in leeftijdscategorieën opgedeeld. De werknemer met het kortste dienstverband in zijn leeftijdscategorie komt voor ontslag in aanmerking.

De werknemer in deze zaak is al sinds augustus 1990 in dienst van drukkerij Libertas. Libertas heeft het UWV WERKbedrijf toestemming verzocht voor opzegging van de arbeidsovereenkomst. Daarbij heeft zij aangegeven dat de werknemer in kwestie een unieke functie had en die functie is komen te vervallen. Van toepassing van het afspiegelingsbeginsel was dus geen sprake, aldus Libertas. Werknemer had in deze procedure aangegeven dat dit niet klopt, omdat hij allrounddrukker is en afgespiegeld zou moeten worden met zijn collega allrounddrukkers.

Het UWV is (zonder nader onderzoek) meegegaan in de stelling van werkgever en heeft de toestemming op 29 juli 2009 verleend.

UWVWERKbedrijf aansprakelijk voor schade

Werknemer heeft circa een maand na de uitspraak, een klacht ingediend. Het UWV heeft deze klacht gegrond verklaard en tijdens de procedure bij de Nationale Ombudsman erkend dat het UWV in de ontslagprocedure niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht. Werknemer is daarop een procedure gestart bij de rechtbank. Vervolgens heeft de rechtbank het UWV veroordeeld de schade te vergoeden. Het UWV is het daar niet mee eens, omdat de toestemming ook zou zijn verleend als zij wel nader onderzoek had gedaan, aldus het UWV. Het UWV gaat dan ook in beroep bij het Hof.

Het hof oordeelt in het voordeel van werknemer en meent dat de ontslagvergunning niet had mogen worden verleend. Voor begroting van de schade gaat het Hof er van uit dat ‘werknemer moet worden gebracht in de positie waarin hij zou hebben verkeerd als de onrechtmatige gedraging van het UWV die heeft geleid tot opzegging van zijn arbeidsovereenkomst, niet zou hebben plaatsgevonden’. De schade wordt dus begroot aan de hand van de verwachte levensduur van de arbeidsovereenkomst (in deze zaak 4 jaar, ofwel € 42.744,13 netto).