Vakantiedagen en vervaltermijnen

Vakantiedagen en vervaltermijnen

Iedere werknemer heeft per jaar recht op vakantiedagen, gelijk aan minimaal vier keer het aantal dagen dat hij per week werkt. Uitgaande van een volledige werkweek van 5 dagen, heeft de werknemer dus recht op 20 vakantiedagen. Wanneer een werknemer minder dan een jaar werkzaam is geweest bij de werkgever, wordt het aantal vakantiedagen pro rata berekend. Dit zijn de wettelijke vakantiedagen.
Vaak wordt bij de arbeidsovereenkomst of cao overeengekomen, dat de werknemer recht heeft op meer dan het wettelijk minimum, dus meer dan vier keer het aantal werkdagen per week. Alle vakantiedagen boven het minimum worden de bovenwettelijke vakantiedagen genoemd.

Opnemen vakantiedagen

Het is aan de werknemer om zijn of haar vakantiedagen op te nemen. De werkgever moet de werknemer de mogelijkheid hiertoe gunnen. De aanvraag voor het opnemen van vakantiedagen moet conform de wet schriftelijk gebeuren. De werkgever stelt de vakantie vast volgens de wensen van de werknemer, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Indien de werkgever niet binnen twee weken nadat de werknemer zijn wensen schriftelijk kenbaar heeft gemaakt, schriftelijk aan werknemer gewichtige redenen heeft aangevoerd, is de vakantie vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer.

Niet opgenomen vakantiedagen

Wat kan de werknemer met de vakantiedagen die gedurende een jaar niet zijn opgenomen? Het laten uitbetalen van vakantiedagen gedurende het dienstverband kan, maar dit geldt alleen voor de bovenwettelijke vakantiedagen. Indien een werknemer zijn minimum vakantieaanspraak over enig jaar niet opmaakt, kan het restant eerst in het volgende jaar worden afgekocht.
Bij het einde van de arbeidsovereenkomst dienen in beginsel alle openstaande vakantiedagen te worden uitbetaald. Daarnaast kan de werknemer de (wettelijke en bovenwettelijke) vakantiedagen meenemen naar het volgende jaar. Per 1 januari 2012 moet de werknemer er wel rekening mee houden, dat de opgebouwde wettelijke vakantiedagen binnen 6 maanden na het aflopen van het kalenderjaar opgenomen moeten worden. Gebeurt dit niet, dan komen deze vakantiedagen te vervallen. Voor de bovenwettelijke vakantiedagen blijft gelden, dat deze vakantiedagen binnen 5 jaar na het kalenderjaar opgenomen moeten worden op straffe van verval. Deze verjaringstermijnen gelden niet, wanneer de werknemer niet in staat is geweest de vakantiedagen op te nemen of wanneer de werknemer en werkgever andere afspraken over het opnemen van vakantiedagen zijn overeengekomen.
Voor de werkgever geldt dat een goed onderscheid gemaakt moet worden tussen de wettelijke en bovenwettelijke dagen en de vakantiedagen die voor 2012 zijn opgebouwd. Daarnaast verdient het voor de werknemer aanbeveling om de opgenomen vakantiedagen zelf bij te houden.

Vakantie & ziekte

Per 1 januari 2012 geldt dat een zieke werknemer gedurende zijn of haar volledige ziekteperiode vakantiedagen opbouwt. Voor 1 januari 2012 bouwde de zieke werknemer alleen vakantiedagen op tijdens de laatste zes maanden van de ziekteperiode.

Mocht u, als werknemer of werkgever, vragen hebben over de (wettelijke) regelingen omtrent vakantie, doet u er goed aan contact op te nemen met een arbeidsrecht advocaat.