Wanneer recht op hogere ontslagvergoeding?

Wanneer recht op hogere ontslagvergoeding?

Uitgangspunt bij ontslag van een werknemer die 2 jaar of langer in dienst is geweest is (vanaf 1 juli 2015) dat de transitievergoeding dient te worden betaald. Alleen als sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de kant van de werkgever is er aanleiding een extra vergoeding (“de billijke vergoeding”) toe te kennen. De drempel is hoog. Als het lukt te onderbouwen dat hiervan sprake is, is uiteraard de belangrijke vervolgvraag wat voor extra vergoeding de werknemer dan kan verwachten. Er is geen richtlijn hoe de billijke vergoeding moet worden berekend. Inmiddels zijn er wel een paar uitspraken bekend waarin de kantonrechter aanleiding zag een billijke vergoeding toe te kennen. Hieronder lichten we drie recente uitspraken toe.

Ontslagvergoeding: schade tot pensioen

In de uitspraak van de kantonrechter te Rotterdam (zaaknummer 5369522 HA VERZ 15-180) van 16 oktober 2015 maakte de werkgever (een notariskantoor) het wel heel bont. De werkneemster werkte als notarieel medewerker bij twee notarissen. Vanaf het moment dat zij door gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid minder uren ging werken, ging één van deze notarissen zich onbehoorlijk en onaanvaardbaar gedragen. Het gedrag bestond uit onacceptabel taalgebruik, vloeken, schelden, tieren en uitlatingen als “ik treiter jou er wel uit” en het voor haar voeten gooien van dossiers. De adviezen van de bedrijfsarts werden ook niet opgevolgd. De notarieel medewerker zag op een gegeven moment geen andere uitweg dan zelf te vragen om ontbinding van haar arbeidsovereenkomst. In deze zaak werd een billijke vergoeding van € 50.000,– bruto toegekend. Dit kwam neer op het te verwachten verlies aan inkomen en pensioen tot de pensioengerechtigde leeftijd. De situatie waar deze werkneemster zich mee geconfronteerd zag, deed zich voor 2,5 jaar voordat zij met pensioen zou gaan. Bij het bepalen van dit bedrag werd rekening gehouden met de aanspraak van de werknemer op de transitievergoeding van € 16.187,73 bruto.

Ontslagvergoeding: verhoogd met helft van de transitievergoeding

In veel gevallen is het natuurlijk niet zo makkelijk om een berekening te maken van de inkomensschade. In de zaak waar de kantonrechter Amsterdam zich over boog op 6 oktober 2015 ging het om een ontbindingsverzoek van een tandartsmaatschap. De werknemer in kwestie was een tandartsassistente/praktijkmanager. Na ongeveer 13 jaar naar tevredenheid gewerkt te hebben, kreeg zij forse kritiek te verduren en wilde de tandartsmaatschap dat zij zou instemmen met een salarisverlaging. De tandartsmaatschap kon de kritiek niet goed onderbouwen en had geen gelegenheid geboden voor verbetering. Verder oordeelde de kantonrechter dat het de werknemer vrij stond om niet akkoord te gaan met de salarisverlaging. Door de opstelling van de tandartsmaatschap en het zonder redelijke ontslaggrond op non-actief stellen van de werkneemster had de tandartsmaatschap de arbeidsverhouding ernstig verstoord. De kantonrechter oordeelde dat er aanleiding was een billijke vergoeding toe te kennen van € 8.000,– bruto. Uit de uitspraak blijkt dat de kantonrechter hierbij ook rekening hield met de financiële situatie van de tandartsmaatschap. De transitievergoeding bedroeg € 20.060,– bruto.

Ontslagvergoeding: twee keer de transitievergoeding

In een zaak waar de kantonrechter te Den Bosch (zaaknummer 4336312 EJ VERZ 15-379/253) zich over boog op 1 september 2015 vond de kantonrechter ook dat er aanleiding was de billijke vergoeding toe te kennen. In die zaak werden al het personeel en activiteiten, met uitzondering van de werknemer, in een andere BV geplaatst. De werknemer in kwestie bleef achter in een lege BV zonder liquide middelen en zonder activiteiten. Zelfs nadat de werkgever in kort geding was veroordeeld tot doorbetaling van het salaris weigerde de werkgever dit. Uiteindelijk zag de werknemer maar één uitweg en dat was zelf ontbinding vragen van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever de verplichtingen als werkgever grovelijk had verwaarloosd. De transitievergoeding bedroeg € 30.654,05 bruto. De kantonrechter besloot om de billijke vergoeding vast te stellen op een bedrag gelijk aan de transitievergoeding. Per saldo werd aan de werknemer dus 2x de transitievergoeding toegekend.

Wat is de hoogte van de ontslagvergoeding?

In de eerste zaak bedroeg de billijke vergoeding ongeveer 3 x de transitievergoeding. In de tweede zaak wat minder dan de helft van de transitievergoeding en in de derde zaak was de billijke vergoeding gelijk aan de transitievergoeding. Deze drie uitspraken bevestigen dat een werkgever het bont moet maken, wil er aanleiding zijn om een billijke vergoeding toe te kennen. Welk prijskaartje aan het verwijtbare gedrag van de werkgever wordt gehangen, is lastig te voorspellen. Uit de uitspraken blijkt wel dat het als werknemer loont om zo goed mogelijk te proberen te onderbouwen wat de gevolgen zijn van het verwijtbare gedrag van de werkgever.

Wij zijn graag bereid met u te kijken of in uw specifieke situatie aanleiding bestaat voor toekenning van de billijke vergoeding en zo ja, welk bedrag redelijk zou zijn. Bij onze beoordeling en advisering nemen we uiteraard de actuele stand van zaken in de rechtspraak mee.