Werkgeversbelangen of vrijheid van godsdienst: wat prevaleert?

Werkgeversbelangen of vrijheid van godsdienst: wat prevaleert?

Godsdienst kent vele richtingen, welke gepaard gaan met verschillende gedragingen en uitingen. Deze gedragingen en uitingen kunnen soms – naar de mening van de werkgever – een negatieve invloed hebben op de op de werkvloer en/of werkzaamheden. De vraagt rijst aldus in hoeverre een werknemer zich mag laten leiden door zijn geloof bij zijn werkzaamheden.

Het Europees Hof van de Rechten van de Mens heeft zich in haar arrest d.d. 15 januari 2013, BJN 132676 (Eweida e.a./Verenigd Koninkrijk) uitgelaten over de vrijheid van godsdienst naar aanleiding van een drietal zaken, waarbij sprake was van: a) de door een vliegmaatschappij opgelegde verplichting tot het dragen van bepaalde kleding, zodat religieuze tekenen – in casu een kruis – worden afgedekt; b) de door een zorginstelling opgelegde verplichting tot het dragen van bepaalde kleding, zodat religieuze tekenen – in casu wederom een kruis – worden afgedekt; en c) twee ambtenaren, die pertinent weigeren homoseksuelen bij te staan, op grond waarvan een van de ambtenaren is ontslagen.

De hierboven vermelde personen stelden zich allen op het standpunt, dat de door de respectievelijke werkgevers getroffen maatregelen in strijd zijn met art. 9 jo. 14 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens.

Het Hof

Artikel 9 EVRM (Vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst) luidt als volgt:

1. Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen, zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.
2. De vrijheid zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uiting te brengen kan aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Artikel 14 EVRM (Verbod van discriminatie) luidt als volgt:

Het genot van de rechten en vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld, moet worden verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status.

Ten aanzien van de medewerkster van de vliegmaatschappij oordeelt het Hof, dat er sprake is van schending van art. 9 EVRM, welke niet kan worden gerechtvaardigd. Er dient een afweging te worden gemaakt tussen de werkgeversbelangen (in casu bestaande uit zijn bedrijfsimago) en de werknemersbelangen (in casu bestaande uit het recht op geloofsuiting). In deze zaak prevaleert het werknemersbelang, te meer omdat aan andere werknemers wel toestemming is gegeven geloofstekenen openlijk te dragen. Er is derhalve geen sprake van beschadiging van het bedrijfsimago.

Inzake de medewerkster van de zorginstelling is weliswaar sprake van schending van art. 9 EVRM, maar deze is gerechtvaardigd. Het Hof kwam tot dit oordeel, omdat de verplichting zag op bescherming van de gezondheid van derden, namelijk de patiënten.

Voor wat betreft de weigerambtenaren dient een afweging te worden gemaakt tussen de vrijheid van meningsuiting en het bevorderen van gelijke behandeling, waarbij het Hof veel waarde hecht aan het bevorderen van gelijke behandeling op grond seksuele geaardheid. In dit verband heeft het Hof geoordeeld, dat de jegens de ambtenaren getroffen maatregelen geen schending van art. 9 jo. 14 EVRM opleveren.
Het Hof benadrukt in haar arrest het belang van het recht op vrijheid van godsdienst in de samenleving, met dien verstande dat dit recht niet heilig is. Er zijn omstandigheden, waardoor het recht opzij wordt geschoven, hoewel er sprake van schending zou kunnen zijn.

Wilt u meer weten over de maatregelen die een werkgever kan nemen ten aanzien van de werkvloer en/of de toelaatbare gedragingen van de werknemer, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen.