Geen concurrentiebeding, wel onrechtmatig

Op 19 augustus 2015 diende de Rechtbank Overijssel te beoordelen of de concurrerende activiteiten van een een ex-werknemer richting haar ex-werkgever – ondanks het ontbreken van een concurrentiebeding – toch onrechtmatig is.

Concurrerende activiteiten

De werkgever in kwestie organiseert sinds eind jaren 2000 de beurs ‘De groene Dagen’. Werkneemster is telkens ingeschakeld om hem te ondersteunen bij de organisatie van dit evenement, op basis arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Partijen zijn het er over eens dat er geen concurrentiebeding van toepassing is.

Volgens werkgever is werknemer doende om eenzelfde soort beurs volgens eenzelfde formule als ‘De Groene Dagen’ te organiseren. Werkgever vordert werkneemster te veroordelen te verbieden concurrerende activiteiten te ondernemen.

Onrechtmatige concurrentie?

De voorzieningenrechter overweegt dat – bij het ontbreken van een concurrentiebeding – het werkneemster in beginsel vrij stond om zich na afloop van de arbeidsovereenkomst in vrije concurrentie met werkgever te begeven, ook wanneer hij daarvan nadeel zou ondervinden. Tóch kan de concurrentie ook bij het ontbreken van een concurrentiebeding onrechtmatig zijn.

De voorzieningenrechter verwijst naar het arrest Boogaard/Vesta van de Hoge Raad van 9 december 1955 (NJ1956/157), waaruit volgt dat van onrechtmatige concurrentie sprake is als is voldaan aan een drietal vereisten, te weten:

a) het stelselmatig en substantieel afbreken van
b) het duurzame bedrijfsdebiet van de voormalige werkgever, dat de voormalige werknemer in het kader van de arbeidsovereenkomst heeft meehelpen opbouwen
c) met de hulpmiddelen die hij daartoe vertrouwelijk van zijn voormalige werkgever ter beschikking kreeg.

Oordeel voorzieningenrechter: werknemer handelt onrechtmatig

De voorzieningenrechter stelt vast dat werkneemster tijdens het dienstverband met werkgever haar eigen eenmanszaak “Stoer Groen Projecten” heeft ingeschreven in het Handelsregister en de domeinnaam www.stoergroen.nl heeft laten registeren. Ook acht hij aannemelijk dat zij met gebruikmaking van bij werkgever opgedane relaties en kennis vaste klanten van haar ex-werkgever heeft benaderd.

De voorzieningenrechter benoemt in dit kader nog expliciet dat werkneemster, zonder daartoe gerechtigd of bevoegd te zijn, de administratie van de eenmanszaak van werkgever onder zich heeft gehouden en dat zij niet weersproken heeft dat zij op 24 juni 2015 tijdens haar dienstverband alle contacten in haar zakelijke e-mail heeft geëxporteerd naar een eigen G-mail-accountant. Daarnaast staat vast dat werkneemster op 25 juni 2015 een e-mail-bericht heeft verstuurd naar verschillende standhouders van “De Groene Dagen” en zij berichten op Facebook heeft geplaatst waarin zij het doet voorkomen alsof zij de organisatie van de beurs “De Groene Dagen” (weliswaar) onder een andere naam, namelijk “Stoer Groen” in de toekomst op zich neemt.

Die omstandigheden leiden bij de voorzieningenrechter tot het oordeel da er sprake is van onrechtmatige concurrentie.

Advies concurrentiebeding

Van onrechtmatige concurrentie is niet snel sprake. Niet alleen is de maatstaf streng, met name ook de bewijspositie voor werkgever is niet eenvoudig. Bovenstaande uitspraak laat echter zien dat er wel degelijk grenzen zijn aan de wijze waarop een ex-werknemer zijn ex-werkgever mag beconcurreren.

Lees de volledige uitspraak hier.

Sec Arbeidsrecht Advocaten

Onze specialisten

Charlotte Buijsman

Michiel Dekker

Maak nu een afspraak


023 531 76 96


of

mail ons