Geen concurrentiebeding, toch onrechtmatig?

Geen concurrentiebeding, toch onrechtmatig?

Om te voorkomen dat een werknemer de werkgever gaat beconcurreren met kennis en kunde opgedaan bij die werkgever, wordt in de praktijk veelvuldig een concurrentie- en/of relatiebeding overeengekomen. Soms gebeurt dat echter niet. Zijn er ook dan restricties aan het handelen van de ex-werknemer in het beconcurreren van zijn ex-werkgever? In een procedure tussen een kapster en haar voormalig werkgever heeft de kantonrechter te Maastricht zich op 14 maart 2013 (LJN BZ5382) uitgelaten over die vraag.

Voormalig dienstverband & concurrerende werkzaamheden

De kapster is van november 1997 tot 1 augustus 2012 in dienst geweest van de kapsalon. Een concurrentie- en/of relatiebeding is niet overeengekomen. De kapster start, lopende het dienstverband, een eenmanszaak en ontplooit daarin activiteiten als kapster en visagist. Werkgever verzoekt werknemer in april 2012 om die activiteiten te staken. Partijen komen in juni 2012 in gezamenlijk overleg overeen dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen per 1 augustus 2012 eindigt.

Werkgever stelt dat er sprake is van onrechtmatige concurrentie, doordat werknemer doelbewust stelselmatig en substantieel een deel van de klanten heeft benaderd, met het verzoek om naar haar over te stappen. Dit alles met gebruikmaking van kennis en gegevens zoals opgedaan tijdens het dienstverband bij werkgever. Werkgever vordert vervolgens onder meer staking van de activiteiten van haar ex-werkneemster.

Maatstaf onrechtmatige concurrentie

De kantonrechter overweegt dat vaststaat dat werkneemster en werkgever geen concurrentiebeding en geen relatiebeding overeengekomen zijn. Uitgangspunt is dan dat het de werknemer in beginsel vrij staat zich na afloop van de arbeidsrelatie in vrije concurrentie met de ex-werkgever te begeven, aldus de kantonrechter. De kantonrechter verwijst naar het arrest Boogaard/Vesta (HR 9 december 1955, NJ 1956/157). Uit dat arrest kan worden afgeleid dat onrechtmatige concurrentie aan de orde kan zijn als sprake is van het stelselmatig en substantieel benaderen van duurzame klanten van de voormalige werkgever teneinde de klanten te bewegen de relatie te verbreken. Daarbij zijn vooral de omstandigheden van het geval bepalend, bijvoorbeeld of gebruik gemaakt wordt van kennis en gegevens die de werknemer heeft verkregen bij zijn voormalige werkgever. Daarnaast kan concurrentie onrechtmatig zijn omdat het tijdens het dienstverband plaatsvindt.

Gebrek aan bewijs onrechtmatige concurrentie

De kantonrechter overweegt dat de kapster, doord tijdens haar dienstverband aan twee klanten haar visitekaartje af te geven, weliswaar de grens van hetgeen een goed werknemer betaamt opgezocht en zelfs overschreden heeft, maar oordeelt dat dit onvoldoende is om te kunnen spreken van het stelselmatig en substantieel benaderen van klanten. De kantonrechter oordeelt dat in het bestek van de kort geding procedure onvoldoende vast is komen te staan dat de kapster onrechtmatig gehandeld heeft jegens werkgever, en wijst de gevorderde voorzieningen af.

Advies concurrentiebeding / onrechtmatige concurrentie

Met bovenstaand voorbeeld wordt duidelijk dat een vordering gebaseerd op onrechtmatige concurrentie niet eenvoudig is. Niet alleen is de maatstaf streng, met name ook de bewijspositie voor werkgever is niet eenvoudig.

Win tijdig juridisch advies in om missers te voorkomen.