Let op de vervaltermijn bij ontslag op staande voet

Let op de vervaltermijn bij ontslag op staande voet

Ontslag op staande voet

De uitspraak van de kantonrechter te Alkmaar van 22 december 2015 (publicatiedatum 12 januari 2016) laat zien dat het ook voor de werkgever van belang is om de vervaltermijn goed in de gaten te houden na het verlenen van ontslag op staande voet.

Acties na ontslag op staande voet

Als een werknemer op staande voet wordt ontslagen, zal hij in het merendeel van de gevallen direct juridisch advies inwinnen. Vervolgens volgt meestal snel bezwaar. Als de werkgever vasthoudt aan het verleende ontslag op staande voet zal de werknemer binnen een termijn van 2 maanden een procedure aanhangig moeten maken. Verloopt deze termijn dan kan de werknemer het ontslag op staande voet niet meer aanvechten.

Als een werknemer een procedure aanhangig maakt, is het zinvol om als werkgever niet alleen verweer te voeren, maar ook een tegenverzoek in te dienen tot toekenning van een vergoeding (als bedoeld in artikel 7:677 lid 2 BW). Als het ontslag op staande voet in de procedure stand houdt, ligt deze vordering in principe voor toewijzing gereed. Echter, ook deze vordering moet wel binnen de termijn van 2 maanden bij de kantonrechter zijn ingediend.

Oordeel kantonrechter te Alkmaar: niet-ontvankelijkheid vordering werkgever

In de zaak waar de kantonrechter te Alkmaar zich over boog, was de werknemer in kwestie na een langdurig dienstverband van 26 jaar op staande voet ontslagen. De reden hiervoor was dat hij materialen van klanten had meegenomen, waaronder “oud ijzer”, om deze materialen voor eigen gewin te verkopen. Ondanks het langdurige dienstverband en de ernstige gevolgen van het ontslag op staande voet voor de werknemer oordeelde de kantonrechter dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was verleend.

De vergoeding waar de werkgever als tegenverzoek om had verzocht was echter 2 weken te laat ingediend. Om die reden werd dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard.

Tip voor de praktijk

In de praktijk vorderen de meeste werkgevers na een ontslag op staande voet alleen een vergoeding van de werknemer als de werknemer een procedure aanhangig maakt en de werkgever toch verweer moet voeren. In het verweerschrift wordt het tegenverzoek dan meegenomen. Als de werknemer echter vlak voor het verstrijken van de termijn van 2 maanden een procedure aanhangig maakt, kan het zo zijn dat de termijn van 2 maanden is verstreken op het moment dat de werkgever verweer gaat voeren. Werkgevers moeten zich realiseren dat er dan geen mogelijkheid meer bestaat om een vergoeding te vorderen van de werknemer.

Noteer dus ook als werkgever na een ontslag op staande voet in de agenda wanneer de termijn van 2 maanden verstrijkt en maak tijdig de balans op om deze vergoeding al dan niet te vorderen.