Kennelijk onredelijk ontslag

Kennelijk onredelijk ontslag

Een werkgever kan op verschillende manieren de arbeidsovereenkomst met zijn werknemer(s) beëindigen. Zo kan de werkgever het UWV WERKbedrijf verzoeken om toestemming het dienstverband op te mogen zeggen. Wanneer deze toestemming wordt verleend, kan de werkgever het dienstverband opzeggen met inachtneming van de geldende opzegtermijn. Daarnaast kan de werkgever de kantonrechter verzoeken het dienstverband te ontbinden (op kortst mogelijke termijn). Ook laten partijen het het UWV WERKbedrijf en/of de kantonrechter vaak buiten de discussie over de beëindiging van het dienstverband en wordt de arbeidsovereenkomst beëindigd met wederzijds goedvinden. Tot slot bestaat de mogelijkheid een werknemer op staande voet te ontslaan, wanneer er een dringende reden bestaat.

Kennelijk onredelijk ontslag

Zoals aangegeven, kan een arbeidsovereenkomst worden opgezegd na het verkrijgen van de toestemming van het UWV WERKbedrijf. Het UWV WERKbedrijf kent bij het verlenen van de toestemming, geen vergoeding toe. Dit is vaak genoeg anders bij een ontbinding door de kantonrechter. De werknemer kan in die laatste procedure aanspraak maken op een (billijke) beëindigingsvergoeding, die doorgaans wordt berekend op grond van de kantonrechtersformule.

Heeft de werknemer nooit recht op een vergoeding na het opzeggen van zijn arbeidsovereenkomst, wanneer de werkgever toestemming van het UWV WERKbedrijf heeft gekregen? Nee. Ook al heeft de werkgever toestemming van het UWV WERKbedrijf verkregen, kan de werknemer aanspraak maken op een vergoeding wanneer er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag ex artikel 7:681 BW, zoals bijvoorbeeld de kantonrechter Amsterdam onlangs heeft overwogen in haar uitspraak van 13 november 2012 (LJN: BY 4205). In deze zaak was aan de werkgever toestemming verleend om, na 20 jaar, het dienstverband met een van zijn werknemers te beëindigen. De reden voor het UWV WERKbedrijf om toestemming te verlenen, waren de slechte bedrijfsresultaten van de werkgever. Na diens ontslag heeft de werknemer onder andere gesteld, dat het ontslag kennelijk onredelijk is. De kantonrechter Amsterdam is het eens met de werknemer. In dit verband overweegt de kantonrechter dat – ook al is het ontslag op de juiste grond gegeven – het ontslag kennelijk onredelijk kan zijn, wanneer de gevolgen van de opzegging voor een werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij de opzegging. Voor deze belangenafweging zijn alle omstandigheden van de zaak van belang, waaronder begrepen de reden van beëindiging, de voor de werknemer getroffen (financiële) voorzieningen, de wijze waarop de werkgever zich heeft gedragen ten tijde van het einde van het dienstverband en de positie van de werknemer op de arbeidsmarkt. In de onderhavige zaak nam de kantonrechter onder andere in aanmerking, dat de werknemer geen enkel verwijt trof voor het ontslag; lange tijd in dienst was; 43 jaar oud was; een geringe opleiding heeft genoten; en voor hem geen voorzieningen zijn getroffen.

Vervolgens kent de kantonrechter de werknemer een vergoeding toe.

Advies

Nadat het UWV WERKbedrijf toestemming heeft verleend, dienen zowel de werkgever als werknemer alert te blijven. De werkgever moet zich ervan bewust zijn dat hij niet simpelweg over kan gaan tot het opzeggen van de arbeidsovereenkomst. Op grond van de omstandigheden kunnen op hem bepaalde verplichtingen jegens de werknemer rusten. Anderzijds dient de werknemer zich ervan bewust zijn dat hij niet voor een voldongen feit hoeft te staan wanneer zijn arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV WERKbedrijf wordt beëindigd.

Wanneer u meer informatie wilt ontvangen over het ontslagrecht in het algemeen en/of het kennelijk onredelijk ontslag in het bijzonder, dan kunt u vanzelfsprekend contact met ons opnemen.